Van Bellen schreef het hoofdstuk BOOM-TSJAK-BOOM-TSJAK-fwwieiet-tsjakketsjakke-BOOM-ACIIIIEEED, Herinneringen aan de Roxy-jaren voor het boek Verzamelde Werken over kunstenaar, dichter, RoXY-oprichter en culturele aanjager Peter L.M. Giele. De ode kwam in 2003 uit bij Uitgeverij Aksant.

1001004002012185
SAMENVATTING
Begin jaren tachtig waart het spook van de recessie door Nederland. De nieuwste generatie kunstenaars laat zich daardoor geenszins uit het veld slaan. Kunst moet de straat op, de musea uit en doordesemd zijn van het echte leven, vinden de jonge honden. Ze houden acties en performances, kraken lege, industriële panden, toveren ze om tot bruisende kunstenaarsruimtes en richten politieke partijen op. Ze schilderen, fotograferen, experimenteren, spelen in bands, maken video, piratentelevisie en tentoonstellingen en doen zo een gooi naar vrijheid en eeuwige roem. ‘Niet afwachten, maar doen’ is hun motto, en ‘Energie, dat is belangrijk’. Nog altijd is het grootste deel van deze generatie actief als kunstenaar/cultureel ondernemer. In Amsterdam ontpopt Peter Giele (1954-1999) – beeldend kunstenaar, dichter, ontwerper en organisator – zich tot spil en motor van zijn generatie: mede-oprichter en bouwer van ‘Kale Rie’ Amok, Schaftlokaal Royaal, kunstenaarsinitiatief Aorta, club/discotheek/culturele salon RoXY, Cultureel Genootschap De Donkere Kamer en, last but not least, restaurant Inez IPSC. Dit boek is een ode aan Giele en zijn tijdgenoten en getuigt van het fin de siècle van de twintigste eeuw, waarin de kunst drastisch van koers verandert, de punkmentaliteit plaatsmaakt voor opperste decadentie en de decadentie op haar beurt met de RoXY in 1999 in vlammen opgaat. Het is een tijdsdocument, een terugblik, ter lering en vermaak maar vooral ter inspiratie.